|
We willen weten wat we eten. We letten daarom op zaken als voedingswaarde en herkomst. Bij rund- en kalfsvlees is dat laatste geen enkel probleem sinds de etikettering van dit vlees in de Europese Unie wettelijk is geregeld. Sinds 1 september 2000 is vermelding van het land van slachten en het land van uitbenen verplicht, met vermelding van referentie- en erkenningsnummers. Per 1 januari 2002 is deze etiketteringsregeling uitgebreid met de vermelding van land van geboorte en land(en) van mesten. Basis van deze etikettering vormt de identificatie en registratie van runderen, die in elke EU-lidstaat verplicht is. Aan deze I&R-regeling hebben alle runderen bijvoorbeeld de gele oormerken te danken. Op het etiket van voorverpakt rund- en kalfsvlees of, als het vlees onverpakt is, op in de winkel voorhanden zijnde lijsten, moet staan waar het dier is geboren en waar het is gehouden. Om deze herkomst te kunnen achterhalen, moet het dier (of een groep dieren) ook een zogenaamd referentienummer hebben. Vervolgens moet worden vermeld waar het dier is geslacht (land plus erkenningsnummer slachterij) en waar het verder is verwerkt (land plus erkenningsnummer uitsnijderij). Op deze manier kan altijd snel en exact worden achterhaald waar het Extra gecheckt In de hele EU is het gebruik van groeihormonen verboden. Alle nationale overheden controleren hierop. Bovendien geldt er voor de veesector zelf een verplichting om dit te controleren. Het gebruik van diergeneesmiddelen is aan strikte regels gebonden. Elk land heeft strenge criteria voor het toelaten van deze stoffen. Toelating in de Europese Unie gebeurt meer en meer op centraal niveau. Voor alle middelen wordt een MRL (Maximale Residu Limiet) en een wachttermijn vastgesteld. Andere middelen dan de toegelaten middelen mogen niet worden gebruikt. In de EU-landen mag geen diermeel in het veevoer worden gedaan. Diermeel mag zelfs niet op een landbouwbedrijf aanwezig zijn. In de EU worden alle geslachte runderen die ouder zijn dan 30 maanden op BSE getest. Voor dieren met een verhoogd risico ligt deze leeftijdsgrens op 24 maanden.
|