|

Behalve voor bakken, grillen of barbecuen, is biefstuk ook geschikt om te bakkerellen.
- Haal het vlees uit de koelkast. Dep het vlees eerst met wat keukenpapier droog. Masseer het vlees met olijfolie, peper en/of kruiden. Laat het vlees minimaal 30 minuten afgedekt buiten de koelkast op temperatuur komen.
- Verwarm een koekenpan met anti-aanbaklaag even voor op een hoog vuur. Zet daarna het vuur op halve stand. Leg het vlees voorzichtig in de pan, die op temperatuur is wanneer het vlees zachtjes sist. Bak het vlees zachtjes door het regelmatig over de bodem te schuiven met een spatel of vleestang (gebruik vooral geen vleesvork) en keer het veelvuldig.
- Het vlees gaart zachtjes tijdens het bakken en kleurt mooi lichtbruin. Haal het vlees uit de pan, zout het en laat het even rusten.
Als consumenten klachten hebben over de door hen gekochte biefstuk, kan dat natuurlijk terecht zijn. In dit boek leest u wat een biefstuk zo lekker maakt, maar ook dat biefstuk een natuurproduct is en dus onderhevig aan bederf. Als hij (te) lang wordt bewaard onder niet-optimale omstandigheden, gaat hij onherroepelijk in kwaliteit achteruit. Verse voedingsmiddelen – en met name de eiwitrijke zoals vlees – zijn in het algemeen een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën. Vlees dient derhalve zorgvuldig bewaard en bereid te worden.
Vlees moeten we altijd gekoeld bewaren. Koop daarom vlees pas als laatste boodschap en leg het zo snel mogelijk bij thuiskomst in de koelkast of diepvries. Is het warm weer, dan biedt een koeltas bij het boodschappen doen uitkomst.Biefstuk is in de koelkast (bij 2-4°C) 1 tot 2 dagen te bewaren; in de vriezer (> -18°C) 6 maanden. Let er bij bewaring in de koelkast wel op dat er geen producten in de buurt liggen met een sterke geur, zoals bijvoorbeeld vis.
Als vlees voor een tweede keer wordt ingevroren, gaat de kwaliteit achteruit. Omdat de vleessappen bij een tweede keer invriezen niet meer goed door het vleeseiwit worden opgenomen, is er bij het ontdooien sprake van een groter verlies van vleessappen. Hierdoor kan het vlees bij de bereiding (te) droog worden.Vlees dat is bereid kan in het algemeen goed worden bewaard. Voor biefstuk geldt dat minder. Biefstuk wordt in de regel immers niet volledig gegaard en is, zeker als het rood of rosé wordt gebakken, gedeeltelijk rauw. Weliswaar zitten er in de kern van een biefstuk van nature geen bacteriën, maar door kruisbesmetting kunnen er aan de buitenzijde toch bacteriën aanwezig zijn. Bovendien moet de biefstuk voordat hij wordt geconsumeerd opnieuw worden verhit. Dat komt de malsheid en de smaak in de regel niet ten goede.
Zout ervoor of zout erna?
In het algemeen wordt aanbevolen om vlees pas na de -bereiding te zouten, omdat zout vocht onttrekt aan het vlees, waardoor het minder mals en droog wordt. Of dat ook geldt voor biefstuk, die onmiddellijk na het -zouten wordt gebakken, is twijfelachtig. Volgens sommigen wordt de smaak van de braadkorst, door de biefstuk vlak voor de bereiding te zouten, zelfs nog rijker en veelzijdiger.
Tijdens het bakken speelt zich aan de buitenkant van het vlees een complex chemisch spel af, waarin onder andere de Maillard-reactie een belangrijke rol speelt. Door het vlees vlak voor de bereiding te zouten, wordt het vocht van de buitenste rand van het vlees naar boven getrokken en vermengt zich met het zout. Hierdoor komt het bakproces op het hoge vuur sneller op gang en wordt de smaak van de korst complexer doordat het zout geheel in de smaak is opgenomen. Aan u de keus het eens op beide manieren te proberen om vast te stellen of u verschil proeft.

|